Contact: info@deparken.nl

De historie van De Parken

De Parken is een uitgestrekte villawijk gelegen ten noorden van het centrum van Apeldoorn. De wijk ontleent zijn naam aan vier parken in de wijk: het Oranjepark (1876), het Wilhelminapark (1890), het Prinsenpark (ca. 1909) en het Verzetsstrijderspark (1925-1940). De wijk ontstond in het laatste kwart van de 19de eeuw op het grondgebied van de voormalige landgoederen De Pasch en De Vlijt (later Marialust). Bij de totstandkoming van het grootste deel van de wijk speelde de fabrikant en grootgrondbezitter H.C. van der Houven van Oordt een grote rol. Het merendeel van de bebouwing is tussen 1890 en 1940 gerealiseerd in verschillende bouwstromen en stijlen. De vele in de wijk gebouwde villa’s voorzagen in de huisvestingsbehoefte van de grote toestroom van welgestelden in Apeldoorn. Voor wat betreft omvang, allure en ontwikkeling is De Parken vergelijkbaar met villaparken elders in Nederland, zoals bijvoorbeeld in Bloemendaal en het Gooi.

Lees hier onder meer over:


Ontstaan
Het ontstaan van het villagebied De Parken is nauw verbonden met de opkomst van de welgestelde stedelijke middenklasse van renteniers, oud-Indiëgangers, gepensi­oneerden, fabrikanten en hoge ambtenaren. Aan de ene kant wilde deze klasse graag buiten de stad wonen, maar kon zich doorgaans geen grote buitenplaatsen veroorloven. Anderzijds was het door werk, culturele of sociale verplich­tingen nodig dichtbij de stad te wonen. Apeldoorn was voor hen aantrekkelijk door de fraaie natuur, het relatief goedkoop wonen en de vele voorzieningen zoals goede wegen, winkels en scholen. Daarnaast zorgde de aanleg van de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn-Zutphen in 1876 voor een goede ontsluiting van de stad. Het vele groen, de ruime kavels en grote villa’s maakte de in ontwikkeling zijnde Parkenbuurt tot een ideale plek om te wonen. Bovendien kon men zich beroemen op het wonen in de nabijheid van het Koninklijk Paleis.

Het villagebied De Parken is ontstaan tussen het oude dorp Apeldoorn en de kleine nederzetting Het Loo. Het gebied bestond van oorsprong hoofdzakelijk uit drie landgoede­ren: De Pasch, De Vlijt (later Marialust) en Sophia’s Hoeve. Er was nog maar weinig bebouwing. Naast de landhuizen en de bijbehorende gebouwen als woningen voor het personeel en opslagruimten, stonden er enkele boerderijen. Her en der liepen zandwegen en voor de rest bestond het gebied uit akkers, weiden en bos.
De ontwikkeling van De Parken verliep niet op basis van één stedenbouwkundig plan maar in verschillende fasen. Van een aantal delen is een verkavelingsplan of ontwerp bekend, maar andere delen zijn vermoedelijk incidenteel ingevuld. Desondanks vormt de wijk door het vele groen en het lanenstelsel een eenheid.

De aankoop van het landgoed De Pasch door de fabrikant en grootgrondbezitter H.C. van der Houven van Oordt in 1874 was het begin van de ontwikkeling van het gebied. Het grootste deel van het landgoed werd verkaveld voor de bouw van villa’s, het andere deel werd bestemd als wandel­park, het Oranjepark (1876). De landschapsarchitect H.H. Hogeweg maakte het ontwerp van dit villapark. Zijn ontwerp was geïnspireerd door de in Engeland ontstane landschapsstijl waarmee een romantische, schilderach­tig opgezette, groene wijk zou ontstaan. Het plan van Hogeweg werd in hoofdlijnen uitgevoerd, maar door de toenemende vraag naar relatief goedkope kavels, zijn er veel meer villa’s gebouwd dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zo werden er aan de Mr. Van Rhemenslaan tien in plaats van drie huizen gebouwd. Uiteindelijk werd ook de grond met het landhuis De Pasch en de resterende tuinen verkaveld. Op de plek van het landhuis verrees een open­bare leeszaal. Het was een van de vele voorzieningen in de wijk naast scholen, enkele kerken, een sociëteit en een apotheek.
De NV de Olster Steenfabrieken kocht het landgoed Marialust, waarin in 1885 het Wilhelminapark werd aan­gelegd. Op initiatief van de toenmalige eigenaresse van Marialust, mw. Van Haersma de With, ontstond hier in 1902/1903 ook het Prinsenpark. Het overige deel van het landgoed kocht de NV Apeldoornsche Maatschappij tot Exploitatie van onroerende goederen aan. Zij stelden een verkavelingsplan op dat uitging van verkaveling van het gehele gebied met uitzondering van het landhuis en de directe omgeving. De verkoop van de kavels verliep echter moeizaam omdat potentiële kopers minder te besteden hadden en de ‘moderne’ villawijk Berg en Bos in de jaren dertig aan populariteit won. Vandaar dat het gebied ten oosten van de Generaal van Heutszlaan grotendeels onbebouwd is gebleven. Het huidige Verzetsstrijderspark dankt zijn bestaan hieraan.

Parken en groenelementen
De naam van de wijk geeft het al aan: parken vormen een wezenlijk onderdeel van de wijk. Het Oranjepark, Wilhelminapark en Prinsenpark zijn ingericht naar voor­beeld van de destijds populaire late Engelse landschapsstijl met langgerekte gebogen vijvers, bruggetjes, slingerende paden en grasvelden. De bomen die er nu staan, stammen merendeels nog uit de tijd van de aanleg van de parken.
Het groene karakter van de wijk wordt ook bepaald door de ruime tuinen rondom de villa’s en de laanbeplantingen. Veel lanen hebben een eigen gezicht dankzij de keuze voor verschillende boomsoorten die qua hoogte en kruinom­vang aangepast lijken te zijn aan het profiel van de straat. Zo staan er overwegend meelbessen in de Burg. Tutein Noltheniuslaan, paardekastanjes in de Kastanjelaan en acacia’s in de Emmalaan.
Straten en pleinen
Een aantal wegen in De Parken dat al vóór de aanleg van de wijk bestond, is in de loop der tijd nauwelijks gewijzigd. De Koninginnelaan bijvoorbeeld, was een onderdeel van de ‘grintweg’ naar Hattem en Zwolle. De bebouwing aan deze laan breidde zich langzaam in noordelijke richting uit. De Regentesselaan en Paslaan werden ingepast in het plan van de landschapsarchitect Hogeweg. Andere al bestaande wegen waren de Deventerstraat, Laan van Kerschoten, Canadalaan en Frisolaan.

Zeer karakteristiek zijn de vele gebogen lanen die passen bij de in Engelse landschapsstijl ingerichte stadsparken. Daardoor zijn er naast haakse, ook scherpe en afgetopte hoekkavels te vinden. Aan de architectuur van de huizen op deze kavels besteedde men extra aandacht. Het zijn doorgaans zeer rijk uitgevoerde, markante villa’s. Met name de gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, bij een schuine plaatsing van de villa op de kavel dus zelfs drie, zijn rijk gedecoreerd.
Eén van de oudste stedenbouwkundige elementen is het Emmaplein. Hierop komen vijf lanen samen. Tussen de lanen bevinden zich brede, afgetopte kavels waardoor het plein als het ware vanzelf ontstaat. In 1938 is op het plein een vijver met fontein aangelegd ter herdenking van het veertigjarige regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina.
Een ander markant plein is het Prins Hendrikplein. Dit plein is vermoedelijk aangelegd als zichtlijn tussen de koninklijke HBS aan de Jhr. Mr. G.W. Molleruslaan en het Oranjepark. De Parken kent meer opvallende zichtlijnen, zoals de drie zichtassen vanuit Marialust (het Wilhelminapark/Canadalaan, Van Haersma de Withlaan/Frisolaan en Anna Paulownalaan) en de Kastanjelaan als zichtlijn op het Gymnasium.

Architectuur
De welgestelde klasse die zich in De Parken vestigde, liet riante, rijk gedecoreerde villa’s bouwen. De oudste villa’s staan in het zuidelijke deel van de wijk. Ze zijn gebouwd in de jaren ’70 en ’80 van de 19e eeuw en sterk beïnvloed door het ‘neo-classicisme’. Opvallende kenmerken van deze bouwstijl zijn de blokvorm van het huis, een symmetri­sche gevelindeling en gepleisterde gevels met pilasters (een soort platte zuilen). Aan het einde van de 19e eeuw ont­stond de wens om de villa’s qua architectuur meer te laten aansluiten op de parkomgeving. Dit vertaalde zich naar gecompliceerde dakvormen, afwisselende bouwhoogten en het vermijden van symmetrie. Langzamerhand werd ook houtwerk toegepast, onder andere in de topgevel. Rond de eeuwwisseling paste men deze prille vorm van ‘chaletstijl’ of ‘stadsvakwerkstijl’ ook toe op de gevels. Er ontstonden zeer ingewikkelde plattegronden waarbij de kern van het huis schuilging achter serres, (hangende) erkers, veranda’s ­of een combinatie ervan. Zo kon de bewoner in elk jaargetijde genieten van de parkomgeving. Ook de vorm van de daken werd complexer en rijk voorzien van gesneden houtwerk.

Na deze periode van overdaad en complexiteit werd de architectuur in het begin van de 20e eeuw weer eenvoudi­ger; de vormen werden simpeler en strakker en de villa’s werden ook kleiner. Een markant bouwtype dat in die tijd ook ontstond, waren huizen in de ‘cottagestijl’. Deze schil­derachtige woningen hebben lage gevels, vaak complexe met riet gedekte daken, erkers en ramen met kleine ruitjes.
Al met al kent De Parken een grote verscheidenheid aan bouwstijlen en bouwvormen. Alle sinds het midden van de 19e eeuw populaire bouwstijlen zijn in de wijk te bewon­deren. Het zal dan ook niet verbazen dat de wijk vele rijks-, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden telt.


Bronnen:
Rijksbeschermd stadsgezicht De Parken. Uitgave van de gemeente Apeldoorn. Publicatie bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht De Parken gemeente Apeldoorn (Gelderland)

Back To Top